Jodenhaat als wapen

In de afgelopen weken is de beschuldiging van antisemitisme weer een veelgebruikt wapen in Nederland. Sommigen gaan zelfs zo ver te stellen dat jodenhaat weer helemaal terug is. Een bewering die veel te ver gaat, een bekend blog de nek omdraaide, en uiteindelijk Joden niet zal helpen.

Een column van Drayer  in Trouw vormde het startschot van deze golf. Drie rare jochies en een paar Tweets moesten aantonen dat jodenhaat ook onder niet-migranten grote vlucht neemt, en impliciet onder invloed van migranten. Onzin, maar het was de laatste druppel voor het blog Frontaal Naakt van het bepaald niet antisemitische koppel Peter Breedveld en Hassnae Bouazza, die in een krant die zij respecteren van jodenhaat werden beschuldigd.

Frontaal Naakt stopt ermee, en daarmee verdwijnt een pittig tegengeluid tegen racisme en de hufterigheid van blogs als GeenStijl. Een andere column op joop.nl deed nog een lasterlijke en onlogische duit in het zakje, maar Frontaal Naakt was al ter ziele. En de beslissing van de Nederlandse regering om groente uit de West Bank als zodanig te labellen werd kwistig in verband gebracht met de vervolging van Joden in de vorige eeuw, tot sinaasappelen met een Duits model Jodenster aan toe.

Hoe staan Joden er in Nederland nou echt voor? Minderheden lopen het grootste gevaar in landen waar de meerderheid iets heeft tegen die bevolkingsgroep. Meestal is er dan ook sprake van negatieve beeldvorming over die groep in de media. Helemaal eng wordt het als de overheid discriminerende maatregelen tegen die groep gaat nemen.

Zo bezien valt het voor Joden in Nederland gelukkig best mee. De modale Nederlander heeft geen echt beeld van Joden als groep. Een flink deel heeft niet eens in de gaten dat Job Cohen, Michael van Praag of Bernard Madoff van Joodse afkomst zijn. Er is geen mediahetze tegen Joden. Integendeel, er is (terecht) een regelmatig dieet van programma’s en films die een anti-antisemitische boodschap verkondigen. De overheid discrimineert misschien wel bij Joden, maar dan in positieve zin: antisemitische uitspraken worden veel sneller vervolgd dan bij de zeer populaire moslimhaat.

Interessant is ook dat de flauwe en gevaarlijke antisemitische beeldvorming uit een donker verleden gewoon verdwenen is. Joden als de kern van het communisme? De moordenaars van Jezus en de dolksteek in de rug? De hoekneuzen die kinderen gebruiken bij bloedrituelen? Er zijn in Europa mensen die dat nog geloven, maar niet veel, en al helemaal niet in Nederland. Allemaal een fel contrast met moslims en Polen, die door een meerderheid (!) niet worden gewaardeerd, in de media constant in een negatief daglicht staan, en breed doelwit van negatief overheidsbeleid zijn.

Wat in Nederland wel bestaat zijn beledigingen van mannen die op straat keppeltjes dragen en haatuitingen op Internet, vaak door migrantenjongeren. Het zou een lief ding waard zijn om dat te laten verdwijnen. Maar het zomaar in de schoenen schuiven van “de islam” is onzin. Propaganda van de imam is niet de oorzaak, want het gaat juist om de minder vrome jeugd. Achteloze maar ondiepe jodenafkeer (zoals je ook in Oost-Europa vindt) komt dichterbij. Ook kan het pesten van keppeldragers een soort verzetsdaad zijn tegen wat mensen zien als de Israëlische onderdrukking van broeders. Maar het is ook zeker niet uitgesloten dat juist het afschilderen van moslimjeugd als antisemitisch leidt tot (uitingen van) jodenhaat. Als je je in Nederland niet welkom voelt, en je de hele dag hoort dat jouw volk Joden haat, dan kan iets lelijks over Joden zeggen al gauw een identiteitsversterker of statusverhoger worden.

En zo komen we dichtbij de mogelijke motieven van de mensen die onterecht moord en brand schreeuwen over groeiende jodenafkeer in dit land en wild om zich heen slaan met het jodenhaatetiket. Zoals gezegd: gerechtvaardigde angst voor een herhaling van jodenvervolging kan het niet zijn. De laster komt vaak uit de mond van de vele mensen die een afkeer van moslims hebben. Moslims hebben een hekel aan Joden, zo gaat het verhaal, en dus is groeiende jodenhaat een voorbeeld van hoe gevaarlijk en besmettelijk moslims (lees: migranten) zijn. Een andere motivatie is natuurlijk liefde voor Israël. Want als moslims antisemitisch en dus slecht van aard zijn, dan is het gedrag van Israël binnen en buiten haar grenzen meer zelfverdediging dan onderdrukking.

Vijanden van moslims moeten vooral jodenhaatlaster als wapen blijven gebruiken, het zet ze op termijn buiten een discussie waar ze toch niet aan bijdragen. Maar voor de rest zijn er alleen maar verliezers. Trouw werd door velen als een anti-racistisch toevluchtsoord gezien, maar wordt nu minder serieus genomen. Frontaal Naakt is ter ziele.

Maar ook Nederlandse vrienden van Israël snijden zichzelf zo in de vingers. De complexe situatie in het Midden-Oosten verdient een vrij debat, ook in het belang van Israël. Het afserveren en demotiveren van mensen die tegen racisme in alle vormen strijden kan ook niet in het belang zijn van onze Joodse minderheid. Het hameren op de verbondenheid van Nederlandse Joden en een regering die rare dingen doet kan ook terugslaan op Joden hier. En het is moeilijk voor te stellen hoe iemands zelfrespect in stand blijft als je de goodwill die voortkomt uit de enorme misdaden tegen je volk zo goedkoop verkwanselt.

 


Doe mee tegen CO2!

Deze pagina bevat informatie voor Amemdement 32 van het GroenLinks-conceptprogramma. Ten eerste een kopie van het artikel dat vandaag op www.joop.nl verscheen. Dit artikel bevat ook links naar wetenschappelijke informatie over klimaatverandering. Onder het artikel vind je nog wat andere FAQs/veelgestelde vragen.

**********************************************************************

De klimaatgokkers van het Binnenhof

Hebben politieke partijen de strijd tegen klimaatverandering opgegeven?

Nu ook het D66-verkiezingsprogramma bekend is wordt het politieke landschap van de komende jaren duidelijker. Op milieugebied staan er in de programma’s mooie plannen. Maar een ambitieuze klimaatdoelstelling ontbreekt, misschien uit angst voor economische schade. Terwijl een ferme aanpak van de klimaatcrisis niet alleen noodzakelijk, maar ook haalbaar en banenscheppend is.

De programma’s die de afgelopen weken bekend zijn geworden staan vol mooie groene voornemens. De ChristenUnie en D66 mikken op een ambitieuze 20% duurzame energie in 2020. Het CDA wil in 2016 een volle 85% van alle grondstoffen hergebruiken. En GroenLinks en de SP willen een belasting op vliegen. Al met al een veelbelovende inzet voor de formatie.

Maar de partijen geven niet thuis op het belangrijkste milieuprobleem van deze tijd: klimaatverandering. Om grote problemen te voorkomen moet de uitstoot van CO2 door fabrieken, auto’s en huizen snel worden teruggebracht. De VN-commissie van klimaatwetenschappers zegt dat in rijke landen een CO2-reductie van 25-40% in 2020 nodig is. Alleen dan is er een kans van minder dan 50% op een temperatuurstijging van 2°C of meer. En alleen dat voorkomt waarschijnlijk gevaarlijke klimaatverandering.

In Europa wordt nu onderhandeld over een aanscherping van de CO2-doelstelling van de huidige -20% naar -30% (ten opzichte van 1990; we zitten nu op ongeveer -10%). Maar CDA, D66 en de SP hebben niet eens een doelstelling voor CO2-reductie in 2020, en VVD en de PVV zullen dit ook niet doen als hun programma uitkomt. ChristenUnie en GroenLinks hebben een doelstelling van -30%, en alleen de Partij voor de Dieren wil -40%.

Deze partijen vinden dat 20 of 30% minder CO2 in 8 jaar een hele uitdaging is die het klimaatprobleem serieus aanpakt. Maar om dat te kunnen geloven is een stapel zelfbedrog nodig. De eerste stap daarin is het geloof dat een temperatuurstijging onder de 2°C niet gevaarlijk is, terwijl er dan toch een kans is op grote problemen. Ten tweede is men de 25% gaan geloven en de 40% vergeten, waardoor het risico op grote problemen boven de 50% komt. Ten derde hoopt iedereen dat we teveel CO2-uitstoot wel weer kunnen inhalen na 2020. Maar de VN en milieuorganisaties laten zien dat nu te weinig doen later onmogelijk veel geld gaat kosten.

Tegelijkertijd wil niemand zien dat zelfs een reductie van 25-40% een risico oplevert van 50% op grote problemen. En dan hebben we het niet alleen over een paar onder water gelopen steden of wilder weer, maar bijvoorbeeld over instortende landbouwproductie in de warme landen. Vergeet ook niet dat de IPCC werkt met consensus, en dus de meest enge scenario’s niet mee durft te nemen in haar rapporten. De Club van Rome waarschuwt ook dat beperkte veranderingen in de economische en ecologische balans samen tot een instorting van het bevolkingsaantal kunnen leiden. Binnen 20 jaar.

Het is best mogelijk dat de aarde ingebouwde dempingsmechanismen heeft die ons hachje ook bij slappe CO2-reducties zullen redden. Maar welk risico accepteren we dat het misgaat? Stuurt u uw kind de deur uit als er 50% kans is op een ongeluk? 10%? 1%? Risico’s nemen we iedere dag, maar verstandige mensen hanteren het voorzorgsprincipe: een kans op heel vervelende gevolgen neem je pas als je weet dat die kans klein is, of als je de gevolgen kunt dragen.

De opstelling van Nederlandse politieke partijen wordt nog gekker als we kijken naar wat het zou kosten om een serieuze klimaataanpak te hebben. De Europese Commissie en andere onderzoekers hebben uitgerekend dat een CO2-reductie van 30% een klein tientje per persoon per jaar kost, en -40% zal enkele honderden euro’s per jaar kosten. En veel banen opleveren. Dat is een verzekeringspolis met voorwaarden waar geen verstandig mens nee tegen zegt. Maar zijn die verstandige mensen ook lid van de partijen die hun programma nog kunnen veranderen?

***************************************************************

Kijk ook naar artikel van vrijdag 29 juni in de Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2816/Klimaatverandering/article/detail/3279176/2012/06/29/Rol-van-methaan-bij-opwarming-aarde-onderschat.dhtml

FAQs

Wat betekent -40% in 2020 voor mij?

Niet zo veel. Min 10% is al gerealiseerd. Min 20% halen we makkelijk in Europa, onder meer door CO2-reductieprojecten in arme landen te ‘kopen’. Min 30% zou enige inspanning van de industrie vragen en meer duurzame energie. Om min 40% te halen zal er ook versneld moeten worden geïnvesteerd in de isolatie van huizen, en ook vliegen en autorijden blijven niet buiten schot. Om de voorzichtige -50% te halen zal ons leven wel deels moeten veranderen; daarom wordt dit niet als realistisch beschouwd. Een keuze met risico’s. 

Vertel meer over de wetenschap van klimaatverandering

De mensheid veroorzaakt door de verwarming en koeling van huizen, transport en industrie uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zoals methaan (CH4). CO2 houdt de aarde warm, maar als de CO2-concentratie stijgt gaat het klimaat veranderen. Voor de industriële revolutie was de concentratie CO2 in de lucht ongeveer 0,028% (280ppm). Wetenschappers zeggen dat concentraties boven de 350ppm gevaarlijk zijn. ‘Gevaarlijk’ betekent een serieuze kans klimaatverandering die zichzelf versterkt door een vicieuze cirkel. Dan lopen we kans op niet alleen onder water gelopen steden of meer stormen, maar ook bijvoorbeeld instorting van de landbouwproductie in warme landen (waar bijna iedereen woont) of een zeespiegelstijging van 8 meter of meer. Boven de 450ppm zal de temperatuur vrijwel zeker meer dan 2C stijgen en is de kans op ontwrichtende klimaatverandering groter dan 50%. Dit jaar doorbreken we al de 400ppm, en als we ongecontroleerd doorgaan stomen we door naar 600ppm of meer. De VN heeft in een rapport uitgerekend dat (als de VS ook meedoet) Europa nog minstens 1 miljard ton CO2 moet besparen tussen nu en 2020 om niet boven de 450ppm te komen. Dat zou -45% betekenen. Over de limiet van 350ppm heeft niemand het meer, ondanks dat het voorzorgsprincipe eist dat we de kans op grote ontwrichting heel klein moeten proberen te houden. Ook als dat geld kost, al is het maar omdat het meer geld kost als we niets doen.

Waarover gaat de amendement-discussie?

De VN, milieuorganisaties en (Groenlinks in 2010) vinden dat Europa in 2020 minstens 40% minder CO2 moet uitstoten dan in 1990. We hebben -10% al bereikt, in Europa is lang geleden -20% afgesproken, maar wordt onderhandeld over -30%. Dat laatste getal staat ook in het concept-programma 2012 van GroenLinks. En dat is echt te weinig.

Is -40% noodzakelijk?

Ja. Alle landen willen de temperatuurstijging onder de 2°C houden om gevaarlijke klimaatverandering tegen te houden. De VN heeft uitgerekend rijke landen 25-40% reductie moeten halen om de kans op meer dan die +2°C onder de 50% te houden. Een daling van maar -30% levert dus een kans op van misschien wel 50% op een enge toekomst.

Hoe ziet zo’n hete toekomst er uit?

Nu al zien we extremer weer en een hogere zeespiegel. Mogelijke gevolgen van klimaatverandering zijn ook massale uitsterving van plant- en diersoorten en sterk dalende voedselproductie, die zelfs onze beschaving op het spel zou kunnen zetten. Deze effecten zijn mogelijk vanaf +1°C, maar vanaf +2°C al snel waarschijnlijk.

OK, het is noodzakelijk, maar natuurlijk veel te duur…

Zeker niet. De EU berekent dat -30% ipv -20% per burger ongeveer 7-9 euro per jaar kost. Min 40% zal enkele honderden euro’s per burger per jaar kosten (zo’n 6 maanden economische groei), levert eerder meer banen op dan minder, en is goedkoper dan te weinig doen. Want klimaatverandering is duur.

Als het partijbestuur -30% wil, denken ze daar dus anders over!

Integendeel. De noodzaak en de haalbaarheid van -40% in 2020 staan niet ter discussie, zo bevestigde de discussie met de programmacommissie en het partijbestuur op de amendementendag.

Waarom staat het nu dan toch in het concept-programma?

Uit de toelichting blijkt dat -40% de onderhandelingen in Europa richting -30% zou bemoeilijken. Maar er staat al jaren -40% in ons programma, zonder dat de onderhandelingen daar last van hebben. Onderhandelen doe je vanuit je eigen mening, niet vanuit wat je denkt te kunnen bereiken. Ook zet -30% te weinig druk op de kabine tsformatie in Nederland.

Plaatsen we ons buiten de zijlijn met -40%?

In ons programma uit 2010 staat -40% als ambitie, en het is ook de doelstelling van de rechtse regering in Duitsland. Sindsdien stapelt het slechte milieunieuws zich op, vooral over de Groenlandse ijskap en dalende landbouwproductie in warme landen. De -40% is veel makkelijker geworden om te bereiken door de lage groei van de afgelopen jaren en door Chinese massaproductie van zonnecellen (50% goedkoper sinds 2009). Met -30% plaatsen we ons dus misschien niet buiten de zijlijn, maar wel buiten het groene speelveld.

Dus wat is nou beter voor de partij?

Als we invloed willen hebben en onze kiezers willen aanspreken moeten we geloofwaardig, consistent en groen zijn. Geloofwaardig ben je niet als je in 2012 iets anders wil dan in 2010. Consistent ben je niet als je programma vol ingrijpende en dure klimaatmaatregelen staat, maar je een zwakke algemene klimaatdoelstelling hebt. En groen ben je niet als je op het milieuvraagstuk van deze eeuw een positie inneemt die tegen het voorzorgsprincipe ingaat.

 


Voorstelmotie GL-programma

Het congres van GroenLinks, bijeen op 30 juni 2012,

Overwegende dat

  • Klimaatwetenschappers aantonen dat alleen een Europese CO2-uitstootreductie van 40% in 2020 (ten opzichte van 1990) een voldoende kleine kans biedt op zichzelf versterkende, ontwrichtende klimaatverandering
  • GroenLinks expliciet het voorzorgsprincipe hanteert: als een menselijke activiteit een significant risico oplevert op grote milieuschade, wordt deze activiteit bestreden. Omdat een reductie van 30% een risico van misschien wel 20-30% biedt op onstopbare klimaatverandering, is een dergelijke ambitie niet in overeenstemming met het voorzorgsprincipe
  • Recent onderzoek van Greenpeace aantoont dat een uitstootreductie van 40% mogelijk is zonder grote economische schade en juist veel banen schept (bron: http://www.greenpeace.org/international/Global/international/publications/climate/2012/Energy%20Revolution%202012/ER2012.pdf)
  • Deze haalbaarheid bevestigd wordt door het feit dat de (conservatieve) Duitse regering een reductie van 40% nastreeft
  • GroenLinks het zich in haar positionering als groene partij niet kan veroorloven om op hèt milieuvraagstuk van deze tijd dezelfde ambities te hebben als Nederlandse middenpartijen en bijvoorbeeld ook de voorzitter van de Europese Commissie
  • GroenLinks ook in het verkiezingsprogramma van 2010 de ambitie uitsprak om de Europese CO2-uitstoot met 40% te verlagen, en de klimaatwetenschappelijke ontwikkelingen sindsdien bepaald geen aanleiding geven de doelstelling te verlagen.

Verzoekt het partijbestuur om in het verkiezingsprogramma voor de aankomende verkiezingen voor de Tweede Kamer in punt 1.B.3 de zin

“Nederland pleit binnen de Europese Unie voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met tenminste 30 procent in 2020 en tenminste 90 procent in 2050, alsmede voor een eerlijke lastenverdeling.”

Te vervangen door de zin

“Nederland pleit binnen de Europese Unie voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met tenminste 40 procent in 2020 en tenminste 90 procent in 2050, alsmede voor een eerlijke lastenverdeling.”

En gaat over tot de orde van de dag.


Koop homeopathie, krijg kruidengeneeskunde

[Brief gestuurd aan Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er zou onderzoek volgen, maar 2 jaar later is er nog niets veranderd]

Geachte Rijksoverheid,

Al vele jaren verrast het mij dat kruidengeneeskundige middelen door producenten zoals VSM worden verkocht als ‘homeopathisch’. Gisteren zag ik bij mijn drogist zelfs een compleet boekje van een andere producent,dat op de voorpagina aankondigt homeopathische middelen te beschrijven, maar die tot op de laatste kruidengeneeskunde betreffen. Ik denk dat de overheid het volk een grote dienst kan bewijzen door dit te verbieden.

Allereerst is het misschien nuttig vast te stellen dat homeopathie en kruidengeneeskunde/ fytotherapie elkaars tegengestelde zijn. Homeopathie betreft

1. Het vinden van de stof waar je ziek van wordt

2. Deze in water oplossen en dan enorm verdunnen (dan houd je dus gewoon water over, maar homeopathen denken dat er een ‘herinnering’ in zit)

Kruidengeneeskunde betreft

1. Het vinden van stoffen waar je beter van wordt

2. Deze concentreren.

Toen ik VSM belde waarom ze zulke rare claims maken, was het antwoord dat hun kruidengeneeskundige middelen ‘op homeopathische wijze bereid worden’ en dat de labelling correct is. Maar dat is dus juist niet zo.

Mijn motivatie om hiertegen in actie te komen is in de eerste plaats dat ik vind dat woorden waarde hebben. Als recht krom is, en wit zwart, is zorgvuldig nadenken, goede keuzes maken en een goede burger zijn onmogelijk. Ook ben ik niet gediend van misleidende bedrijven in de Nederlandse economie. Maar vooral schaadt dit de gezondheid van de bevolking vrijwel zeker. Voorbeelden:

1. Mensen die niet gediend zijn van homeopathie zullen de wel degelijk bestaande gezondheidsvoordelen van kruidengeneeskunde mislopen.

2. Mensen die dol zijn op homeopathie krijgen vaak het tegenovergestelde binnen. We willen ook niet dat joden stiekem niet-kosher vlees verkocht wordt.

3. De onzinproducten van homeopathie zullen zo vaker gebruikt worden, omdat goede reputatie en ervaringen met producten als Calendula of Arnica geloofwaardigheid geven aan water. Zo krijgt homeopathie ook in het algemeen meer (onverdiende) geloofwaardigheid.

4. Echte geneesmiddelen worden dan dus ook minder gebruikt. Als voorbeeld: ik dacht als student dat homeopathie kruidengeneeskunde was, omdat veel kruidengeneeskundige middelen homeopathisch heten. Ik heb dus jarenlang bij katers en verkoudheid Nisyleen ingenomen. Maar dat blijkt water te zijn geweest. Zo heb ik dus verzuimd echte geneesmiddelen tot mij te nemen.

Voorzover u zich afvraagt of de term homeopathie al niet deels is ingeburgerd als een verzamelnaam voor alle alternatieve producten, verwijs ik u graag naar EU-regels, het woordenboek en de encyclopedie (via Google zit u zo op het Wikipedia-artikel over homeopathie). En zelfs als een deel van de bevolking geen scherpe lijn trekt, toont dit alleen maar aan hoe schadelijk het is dat tegenovergestelde behandelingen dezelfde naam krijgen.

Misschien is er ook een Europese markt-invalshoek: in andere landen waar ik regelmatig kom (D, F, GB, B, I, E, PL) is homeopathie ook echt alleen homeopathie. Voorzover Europese regels het verbieden om niet-Nederlandse consumenten op te lichten, juich ik dat toe.

Met vriendelijke groet,

Michael Blok.

 

 



Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever

De VPRO haalde dit artikel op 14 maart 2012 van haar eigen website. Naar mijn oordeel ten onrechte, want dit komt niet in de buurt van strafbaar aanzetten tot haat. Het stuk stelt ook belangrijke vragen op een grappige manier, en dat mag best ietsje harder dan meestal wenselijk is. Vandaar hier opnieuw gepost.

************************************************

Vandaag De kolonisten van de westelijke jordaanoever, een van de items die iedereen met liefde haat, oorspronkelijk gepubliceerd op 15 december 2010.

Shalom! Dit is De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever. Waan je in het tijdperk van nu: Het onoplosbare Israëlisch-Palestijnse conflict. Sinds de zesdaagse oorlog koloniseren de Israëliërs delen van de Westelijke Jordaanoever, Sinaï en de Gazastook. In dit spel ben je zelf een Joodse Kolonist die op weg is met zijn bulldozer. Je doel is het stichten van een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever.
Je bent echter niet de enige met als doel een nederzetting. Ook andere onverschrokken kolonisten zijn met hun bulldozers in de buurt van de Westelijke Jordaanoever: de wedstrijd om de kolonisatie is begonnen!
De vrouwen en mannen van je expeditie stichten de eerste twee nederzettingen. Het land is nauwelijks vruchtbaar en grondstoffen komen op diamant na praktisch niet voor. Wel is er ruimte voor het telen van groenten en fruit. Ook blijken de kolonisten bijzonder goed in het maken van hoogwaardige cosmetica van modder uit de Dode Zee en het maken van kleding. Je bouwt onverharde wegen en nieuwe dorpen, die tot steden uitgroeien.
Gaat het je lukken, om op de Westelijke Jordaanoever de belangrijkste macht te worden?
Ruilhandel beheerst het leven op de Westelijke Jordaanoever. Van sommige producten heb je genoeg, andere zijn schaars. Je ruilt diamant tegen Sharonfruit en een gepantserde bulldozer tegen kleding – al naar gelang hetgeen je nodig hebt voor je volgende bouwwerk!
Ga omzichtig te werk! Sticht je nederzettingen op de juiste plaatsen en ruil slim. Dan heb je meer kans om te winnen. Ook je medespelers zijn niet op hun achterhoofd gevallen.
Je doel is om de heerser van de Westelijke Jordaanoever te worden!
Aantal spelers: 3 of 4
Leeftijd: vanaf de Bar Mitswa 
Speelduur: het is een oneindig conflict

Speloverzicht en startopstelling voor beginners:

1. Voor je ligt het Beloofde Land Israël, dat uit 27 sectoren bestaat en door de Middellandse en Dode zee en buurlanden omgeven is. Het is de bedoeling om de Israël en de Westelijke Jordaanoever te koloniseren.

2. Israël bestaat uit het min of meer neutrale Jeruzalem en vijf verschillende sectoren. En oh ja, ook de Gazastrook. Maar ach, de Gazastrook… Elke sector levert zijn eigen producten op. Dat Israël nauwelijks vruchtbare grond heeft en weinig spraakmakende natuurlijke grondstoffen heeft, doet niets af aan de handelsgeest van deze natie. De producten zijn:
-Sharonfruit
-Diamanten
-Kleding
-Cosmetica
-Bulldozers

3. Je begint het spel met twee kleine nederzettingen bestaande uit een shtetl (dorp) en een gas (straat) Met twee shtetl’s bezit je al twee overwinningspunten. Wie het eerst tien overwinningspunten heeft, wint het spel.

4. Om overwinningspunten te krijgen moet je nieuwe nederzettingen bouwen en bestaande nederzettingen uitbreiden tot shtot’s (steden). Elke shtot (stad) is twee overwinningspunten waard. Wie bouwen wil, heeft producten nodig.

5. Hoe kom je aan producten? Simpel. Je gebruikt je typische handelsgeest en een goede dosis geluk. Iedere beurt wordt er bepaald welke sectoren producten opleveren. Dat gebeurt middels twee dobbelstenen – en daarom liggen er ook fiches met getallen op de sectoren. Als er een “4” gegooid wordt, dan produceren alle sectoren met een “4” producten; in dit voorbeeld zijn dat de mijn, een boomgaard en modder uit de dode zee.

6. Alleen de spelers met nederzettingen aan deze sectoren krijgen opbrengsten. In ons voorbeeld grenst de rode shtetl (A) aan modder uit de dode zee en de oranje shtetl aan een mijn. Als er een 4 gegooid wordt, krijgt de rode speler cosmetica en de oranje speler diamant.

7. Het is erg lucratief als nederzettingen aan meerdere sectoren grenzen, en aldus – afhankelijk van de dobbelsteenworp – verschillende producten opleveren. Let hier dus goed op bij het stichten van je nederzettingen.

8. Je bent een vlijtige kolonist en je spaart producten. Je bezit echter niet overal nederzettingen, waardoor je sommige grondstoffen moet ontberen. Een slechte zaak, want je hebt voor nieuwe bouwwerken juist allerlei combinaties van producten nodig.

9. Om deze toch te kunnen krijgen, moet je je handelsgeest inzetten om producten van andere kolonisten te verkrijgen. Je biedt producten te ruil aan of laat andere kolonisten hun waar aanbieden. Als de ruil lukt, krijg je misschien de kaart, die je nodig hebt om nog een nederzetting te stichten.

10. Een nieuwe nederzetting mag je stichten op een vrije driesprong, vooropgesteld dat je dit punt hebt bereikt met een eigen onverharde weg en dat dit punt op minstens twee zijden afstand ligt van andere nederzettingen.

11. Overweeg echter goed, waar je de nederzettingen sticht, De getallen op de fiches variëren in grootte. Hoe groter de cijfers afgedrukt zijn, hoe waarschijnlijker het is dat het getal gegooid wordt. De getallen 6 en 8 zijn rood afgedrukt, omdat die het vaakst vallen. Hoe vaker een getal gegooid wordt, hoe hoger de opbrengst van die sector.

12. Waar gebouwd wordt, vallen spaanders. Niet iedereen is blij met de Israëlische nederzettingen en de terrorist al helemaal niet. Bij het begin van het spel verstopt hij zich in Jeruzalem, maar op het moment dat er een “7” gegooid wordt, kruipt de terrorist uit zijn schulp. Met een flinke dosis terreur legt hij de productie van één van de sectoren stil. Welke sector? De speler die de “7” gegooid heeft, beslist. De terrorist blijft staan tot de volgende keer dat er een”7” gegooid wordt.

13. Maar dat is nog niet alles. Nee, behalve het bouwen van een gas, een shtetl of een shtot, kan je met je productkaarten ook ontwikkelingskaarten kopen. In ruil voor een bulldozer, cosmetica en een diamant heb je de kans om je shtetl of shtot op te leuken met een synagoge, klaagmuur of een leuke humus souvenir shop! En zeg nou zelf; da’s best een goede deal!


Youp, word wakker

Dit artikel verscheen op 29 november 2011 op joop.nl

Het land is veel verder van huis dan je denkt. Kom dus in actie!

De column die Youp van ‘t Hek afgelopen zaterdag in de NRC publiceerde heeft veel losgemaakt. Op Twitter was het de hele dag druk met steunbetuigingen. Het meest gelezen opiniestuk op Volkskrant.nl en joop.nl in de afgelopen dagen is een oproep van wetenschapsjournalist Govert Schilling aan Youp om hier een nieuwe “T-Mobile-helpdesk” campagne van te maken. Maar Van ‘t Hek’s voorbeelden zijn een slap aftreksel van de werkelijk situatie, en het land is nog veel verder van huis dan hij denkt. Dat maakt de urgentie van protest nog groter, en de roep om de hulp van BN’ers urgenter.

Van ‘t Hek windt zich op over de kritiek die de Alkmaarsche Courant heeft gekregen op haar stellingname tegen de deportatie van het lokale jongetje Jossef naar Eritrea. Een PVV-kamerlid eist van een Joodse minister meer betrokkenheid bij Israël, en een ander Kamerlid van die beweging beschuldigt Schiphol ervan kerstbomen te mijden om moslims niet tegen het hoofd te stoten (er staan er vanaf dinsdag 300). Van ‘t Hek komt tot de conclusie dat dit een bekrompen en harteloos rechts landje geworden is.

Die conclusie klopt, maar Youp lijkt niet te begrijpen hoe ver we van huis zijn. Net als bij Mauro is de situatie voor Jossef waarschijnlijk minder schrijnend dan voor tienduizenden slachtoffers van het onnodige, onmenselijke en illegale Nederlandse asielbeleid. Van ‘t Hek praat minister Leers na als hij zegt dat bij Mauro en Jossef ‘de wet’ wordt toegepast. Asiel- en kinderrechtenverdragen verbieden veel van wat Leers doet, en gaan in de Nederlandse constitutionele orde ver boven de regels waarop Leers zich zegt te baseren. En de anti-rechtstatelijkheid van Wilders maakt de opmerking ‘zolang de PVV de scepter zwaait is de wet de wet’ tot op zijn best slecht geïnformeerd.

Het is jammer dat een Tweede Kamerlid een minister aanspreekt op zijn joodse afkomst, maar dit was juist vanuit een positieve houding ten opzichte van Joden en Israël. Waar was Van ‘t Hek toen de staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb aangesproken werden op hun afkomst, en bepaald niet op een positieve manier? En de vaststelling dat de PVV klaagt over te weinig kerstbomen valt toch zeker in het niet bij haar betoog dat er te veel moskeeën en zelfs moslims zijn. Van ‘t Hek had ook de recente uitspraken van politici als Verhagen (CDA) en Samsom (PvdA) kunnen noemen, die geen moeite doen om afstand te houden van vreemdelingenhaat.

Het is moeilijk je te onttrekken aan de consensus van het land waarin je leeft, en het is dus makkelijk te vergeten hoe absurd de situatie is. Maar de verwondering van het buitenland over wat er met het vroeger zo liberale en keurige Nederland is gebeurd (of juist de bewondering uit Breivikiaanse hoek) spreekt boekdelen. De regering stoelt op racisme en vindt onze rechtsorde  en milieubescherming maar lastig. Bij alles wat iets met de overheid te maken heeft wordt loyaliteit afgedwongen. Kinderen worden tegen alle regels in vastgehouden in gevangenissen, of met hun ouders op straat gezet. De AIVD kan vrijwel onbeperkt spioneren op burgers, maar niet als het om een dreigende Europese golf van rechts geweld gaat. En Breivik of niet, de ‘oppositie’ zingt vrolijk door in het keiharde koor van autoritair nationalisme en stigmatiserende moslimkritiek.

Govert Schilling stelt dat er nog geen protestuitbarsting is tegen deze gevaarlijke ontwikkelingen omdat het verzet komt van groepen die opkomen voor deelbelangen, en dat het ontbreekt aan grote namen bij deze protesten. Het eerste klopt niet, het tweede wel. Sinds deze zomer hebben de vele organisaties die protesteren tegen bezuinigingen een verbond gesloten met milieuorganisaties en het Platform Stop Racisme en Uitsluiting. Vorige week zondag demonstreerde deze “Hete Herfst” op de Dam, maar minder dan 1.000 mensen kwamen opdagen. Om de volgende demonstratie wel tot een succes te maken, zijn inderdaad grote namen nodig.

Als Van ‘t Hek tijd had voor een klaagzang over helpdesks kan hij vast ook wat tijd vrijmaken om dit land te redden van een grote ontrafeling, want wie A zegt moet ook B zeggen. Van deze politici zal het niet komen. Dus als er in de naoorlogse jaren ooit een tijd voor engagement van intellectuelen en entertainers is geweest, is het nu. BN’ers, word wakker!


De Potwin-boemerang

Dit artikel verscheen op 2 december 2011 op joop.nl.

Als je er goed over nadenkt is er niets op tegen om politici met Pol Pot te vergelijken 

Gisteren beschuldigde het PVV-kamerlid Harm Beertema zijn GroenLinks-collega Jesse Klaver ervan een “aanhanger van Pol Pot” te zijn. Het is opzienbarend dat een jonge democratische politicus ervan wordt beschuldigd een fan te zijn van een van de grootste misdadigers aller tijden. Maar er zit ook een positieve kant aan de opmerking van Beertema. Het taboe op het vergelijken van Nederlandse politici met massamoordenaars uit het verleden is nu klaarblijkelijk van tafel. En dat biedt kansen voor vernieuwende politieke analyse en een meer open debat.

Om even het geheugen op te frissen: Pol Pot was de leider van de Cambodjaanse Rode Khmer. Hij geloofde dat de ideale maatschappij voortkwam uit het agrarische platteland. Nadat hij de macht in 1975 overnam begon hij een stelselmatige moordcampagne op stedelingen (inclusief intellectuelen), etnische minderheden en gehandicapten. Toen hij een paar jaar later door een Vietnamese invasie was afgezet, waren naar schatting tussen de 2 en 5 miljoen mensen gestorven, ongeveer een kwart van de bevolking.

Met het aantal doden op zijn geweten, maar ook door de allesomvattende waanzin en vernietigingsdrang van zijn regime, staat Pol Pot hoog in de ranglijst van grootste politieke misdadigers aller tijden. Hij behoort zeker tot de “Hors Categorie” van mensen die universele haat verdienen, ver boven “amateurs” als Saddam Hussein of Koning Leopold van België.

Iemand moreel gelijkstellen met Pol Pot (een “potwin”?) is daarom een zwaar politiek wapen. Maar als PVV-leider Wilders ook maar een beetje met grote misdadigers uit het verleden in verband wordt gebracht, regeert hij als door een wesp gestoken. Zelfs nieuwsgierige onderzoeken naar de vraag of Wilders misschien een beetje overlap heeft met politieke extremisten uit het verleden kunnen op een zware reactie rekenen. En dat terwijl vergelijken (zoeken naar verschillen en overeenkomsten) iets heel anders is dan het veel zwaardere wapen van gelijkstellen (zeggen dat iemand op dezelfde morele categorie behoort). Als Wilders zelf zegt dat hij helemaal niet op Mussert lijkt, vergelijkt hij zichzelf ook met de leider van de NSB. Wilders komt dan tot de conclusie dat er weinig overlap is.

Als de we de PVV serieus willen nemen, ligt de vraag nu voor ons of GroenLinks overlap heeft met de Rode Khmer in daad of denken. In de onderstaande tabel wordt een beproefde methode gebruikt om dit te analyseren: bij de meest opvallende eigenschappen van Pol Pot wordt gekeken of andere politici die eigenschap delen. De aanleiding van de opmerking van Beertema lijkt te zijn dat voormalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller in de jaren ’70 ooit bewondering uitte voor de Rode Khmer. Daarom maken we de vergelijking op persoonlijk niveau. Pol Pot wordt vergeleken met Rosenmöller en de latere GroenLinks-leiders Femke Halsema en Jolande Sap. En om te bevestigen dat de PVV geen overlap heeft met de Rode Khmer, krijgt ook Geert Wilders een kolom in de tabel.

Politicus Pol Pot Paul Rosenmöller Femke Halsema Jolande Sap Geert Wilders
Partij Rode Khmer GroenLinks GroenLinks GroenLinks Geen






Hoofddoelwit van politiek activisme (‘X’) Stedelingen/minderheden Grootkapitaal Mannen Onbekend Moslims/ minderheden






Politieke ideologie




Ziet X als fysiek gevaarlijk

Ziet X als cultureel inferieur


Ziet X als wereldwijd complot

Beledigende bewoordingen over X
Haat van technologie









Politieke wensen




Controle op rechterlijke macht


Vermindering aantal X in land


Beperking mensenrechten X


Nationale eenheid


Beperking rechten gehandicapten








Politieke presentatie




Beschermer land tegen vreemde invloeden


Kritiek op intellectuelen


Combinatie sociaal beleid en nationalisme


Paranoïde over tegenstanders








Politieke daden




Kritiek op rechterlijke uitspraken

Gebruik macht om monddood te maken


Alle macht binnen beweging bij leider








Politiek geweld




Oproep geweld tegen burgers


Gebruik geweld tegen burgers



Ideologiegenoten gebruiken grof geweld


Aantal doden op geweten 3-5mln 0 0 0 0

De analyse levert twee opzienbarende conclusies op. In de eerste plaats is er nauwelijks of geen overlap tussen de politici van GroenLinks en Pol Pot, en dus is morele gelijkstelling van beide onterecht. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk, want GroenLinks is een van de meest keurige en vredelievende politieke bewegingen in de westerse wereld.

Maar bijzonder genoeg is er wel degelijk een belangrijk aantal eigenschappen van Pol Pot die gedeeld worden door Geert Wilders. Een zo belangrijk aantal, dat gerust van een grote overlap kan worden gesproken. De tabel toont ook belangrijke verschillen tussen Pot en Wilders, waarbij natuurlijk het feit dat Wilders niet verantwoordelijk is voor miljoenen doden in het oog springt.

Wilders kan dan ook niet in redelijkheid moreel gelijk worden gesteld aan Pol Pot, en uitspraken als “Wilders is de nieuwe Pol Pot” zouden veel te ver gaan. Maar het groot aantal punten van overlap is wel een interessante input in de meningsvorming over het mogelijke gevaar dat Wilders vormt voor onze democratische maatschappij. En natuurlijk maakt deze overlap, in combinatie met de opmerking van Beertema, het ook moeilijk voor Wilders en zijn volgelingen om in de toekomst te klagen over opmerkingen die hem in verband brengen met grote misdadigers uit het verleden, zeker als dat onderdeel is van een politieke analyse. En zo heeft de PVV weer eens een dienst bewezen aan de vrijheid van meningsuiting en dus ook de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek.


Sollicitatie Raad van State

De Minister van Veiligheid en Justitie
Dhr. mr I.W. Opstelten
Postbus 20301
2500 EH ‘s-Gravenhage
Kenmerk: 2011.15 bs

Bijgevoegd: curriculum vitae
Amsterdam, 8 november 2011

Excellentie, geachte heer Opstelten,

Met deze brief stel ik mij kandidaat voor de functie van vice-voorzitter van de Raad van State. Deze functie zou voor een prachtige volgende stap in mijn carrière vormen. Ik zou het een geweldige eer vinden om een leidende rol te spelen in een orgaan dat in het hart van ons democratische staatsbestel staat.

Ik voldoe naar mijn overtuiging ruimschoots aan de vereisten voor dit ambt… [tekst weggelaten in verband met privacy] … liefde voor ons grondwettelijk bestel die mij politiek actief heeft gemaakt is in mijn beleving de belangrijkste vereiste voor deze functie.

Omdat ik geen vooraanstaande jurist ben, noch openbaar bestuurder, is er een kans dat u deze sollicitatie niet helemaal serieus neemt. Ik geloof oprecht dat ik deze functie uitstekend kan vervullen. Dat betekent niet dat ik er van overtuigd ben dat ik de ideale kandidaat ben. Maar het is mij onbekend of kandidaten die op papier waarschijnlijk beter voldoen aan de vereisten (ik denk dan aan Alexander Rinnooy Kan of Britta Böhler, die ook nog eens vrouw en allochtoon is) zullen solliciteren.

Er is een persoon waarvan ik vrijwel zeker weet dat hij zal solliciteren, uw collega Piet Hein Donner. Het is ongebruikelijk om in sollicitatiebrieven commentaar te leveren op de concurrerende kandidaten, maar in dit geval heb ik geen keuze. Dit omdat de heer Donner de gedoodverfde kandidaat is, maar ook omdat hij in mijn ogen ongewoon ongeschikt is voor deze functie.

Vandaar ook mijn sollicitatie: als mijn tegenkandidaten van het niveau van de heer Donner zijn, dan maak ik hopelijk een goede kans. Als zij van een hoger niveau zijn, dan maak ik een slechte kans, maar dan hoef ik me ook geen zorgen te maken.

Het is u al bekend dat de parlementaire oppositie de kandidatuur van de heer Donner niet steunt, omdat zij van mening is dat de heer Donner “zijn eigen vlees zou mogen keuren”. Dat zou het vertrouwen in de Raad van State kunnen beschadigen. Ook speelt daarbij de verwevenheid een rol van de heer Donner met het vaak constitutioneel controversiële kabinetsbeleid, waarin dhr. Donner vaak een voortrekkersrol heeft. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de recente spoedwet over de kosten van ID-kaarten, die een constitutioneel kanon afvuurde op een financiële mug en de logica van de uitspraak van de Hoge Raad negeerde. De heer Donner staat ook op zijn zachtst gezegd niet bekend als een vooraanstaand intellectueel.

Om dezelfde redenen lijken de meeste leden van de Raad van State zijn kandidatuur ook niet te verwelkomen. Toch zult u in de verleiding staan om de heer Donner voor te dragen aan de ministerraad. U hebt met hem een goede persoonlijke relatie. Het kan voor de efficiency van het overheidsbeleid geen kwaad als de minister van Binnenlandse Zaken de Raad van State gaat leiden. En de gang van zaken tot nu toe zou betekenen dat de regering gezichtsverlies zou lijden als de heer Donner niet voorgedragen wordt. Maar ik ken u als iemand waar onder het soms autoritaire uiterlijk een liberaal hart klopt, en ik weet dat de kwaliteit van onze democratie voor u zeer belangrijk is. U bent ook iemand die regelmatig voor onverwachte maar logische oplossingen kiest. Dit lijkt mij bij uitstek zo’n moment.

Ik vertrouw erop dat u mijn kandidatuur de aandacht zult geven die hij verdient, en dat u mij spoedig zult berichten of er vervolgstappen zullen komen. Ik dank u voor uw tijd en aandacht.

Met de volste hoogachting,

Michael Blok.


Minister-President

 

Melodie van Boudewijn de Groot, 'Mijnheer de president'.
Minister-president, welterusten.
Slaap maar lekker in je mooie Haagse flat
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
Daarheen worden vliegtuigen vol gezinnen uitgezet

Denk vooral niet aan die vierentachtig doden,
De laatste was die zelfverbrande gekke vent
En vergeet het vierde van die tien geboden
die u als goed christen zeker kent.

Denk maar niet aan al die jonge asielgezinnen
Zonder huis of eten in de koude winternacht.
Laat die weke linkse hobbykliek niet winnen,
Minister-president, slaap zacht.

Droom maar van een stop op zwarte immigratie
Laat ze daar verrekken zonder ontwikkelingshulp
Droom maar van een glad verlopen deportatie
Trek uw land terug in de Fort-Europa schulp

Denk maar niet aan al die schrijnende gevallen
Hoeveel waanzin, hoeveel zelfmoord we nu zien
Opgroeien zonder je ouders is verboden en van de malle
Net als kinderen uitzetten na een jaar of tien.

Grenssoldaten met geweren en snelle boten
houden ver van hier op uw verzoek de wacht
Stuur ze terug behalve christenen of poten
Minister-president, slaap zacht.

 

 


Leers schept een vals beeld

Dit artikel verscheen op 22 october 2011 in Trouw en op joop.nl.

Begin deze week meldde minister Leers van immigratie en asiel met trots aan de Tweede Kamer dat in het afgelopen jaar het aantal asielzoekers dat binnen acht dagen uitsluitsel krijgt, is gestegen van 29 procent naar 54 procent. Het lijkt erop dat de nieuwe asielprocedure, ingesteld door PvdA-staatssecretaris Nebahat Albayrak, een succes is. Maar schijn bedriegt.

De minister heeft gelijk als hij zegt dat het goed is als asielzoekers snel te horen krijgen of ze mogen blijven of moeten vertrekken. Dat bespaart niet alleen kosten, maar ook veel menselijk leed. Maar even belangrijk is dat de beslissing zorgvuldig wordt genomen. Want een ‘echte’ vluchteling die ten onrechte wordt teruggestuurd, staat in zijn thuisland marteling, ernstige mishandeling of zelfs de dood te wachten.

Albayrak besloot in 2010 dat de korte asielprocedure van vijf werkdagen omwille van verbetering van de kwaliteit moest worden verlengd tot acht werkdagen. Zij gaf in de Tweede Kamer aan dat de verlenging van de beslistermijn niet bedoeld was om het percentage snelle beslissingen toe te laten nemen. Maar onder leiding van haar opvolger, minister Leers, lijkt dit wel het resultaat van deze wet te worden.

Vooral vluchtelingen die tot de meest kwetsbare categorieën behoren, worden hiervan de dupe. Het is voor minderjarigen, mensen afkomstig uit oorlogsgebieden en mensen met psychische problemen als gevolg van verkrachting, geweld of marteling, moeilijk om in zo korte tijd hun verhaal goed naar voren te brengen. Een vluchteling heeft tijd nodig om een vertrouwensband op te bouwen met zijn advocaat, zijn vluchtverhaal uit te leggen en bewijsdocumenten te verzamelen.

De achtdaagse procedure is hiervoor meestal te kort, en daarmee neemt het risico op onterechte afwijzing toe. Asielzoekers reageren hierop met procederen of een weigering mee te werken aan hun uitzetting. Dit heeft veel kostbare procedures en menselijk leed tot gevolg.

Daarbij komt dat de 46 procent van de asielaanvragen waarop momenteel niet wordt beslist in acht dagen, terechtkomt in een lange procedure van zes maanden. In de praktijk duurt deze procedure soms jaren. Al die tijd kunnen de mensen geen productief leven leiden, en als ze aan het eind van de procedure toch moeten worden uitgezet, zijn ze meestal geworteld in de Nederlandse samenleving.

Er bestaat voor het systeem van de (te) korte procedure van acht dagen en de verlengde procedure van maanden tot jaren een beter alternatief. De huidige procedures zouden kunnen worden samengevoegd tot één asielprocedure. Om zowel snelle duidelijkheid als kwaliteit te garanderen zou een beslistermijn van acht weken voor alle asielaanvragen redelijk zijn. De beslistermijn kan worden bevroren als meer feitenonderzoek noodzakelijk is.

De mensen die daarna moeten vertrekken, hebben snel duidelijkheid gehad, terwijl toch een zorgvuldige procedure is doorlopen. De bereidheid van de asielzoeker tot terugkeer zal hierdoor toenemen en de noodzaak tot (en het nut van) het indienen van een herhaalde asielaanvraag zal afnemen. Door de gemiddeld snellere doorlooptijd worden veel  kosten bespaard.

Totdat de minister bereid is de asielprocedure op deze wijze aan te passen, kan hij de zorgvuldigheid van de beslissingen alleen waarborgen door niet meer aan te sturen op afdoening van zo veel mogelijk asielaanvragen in acht dagen.

Michael Blok en Maartje Terpstra, asielrechtadvocate in Amsterdam.