Doe mee tegen CO2!

Deze pagina bevat informatie voor Amemdement 32 van het GroenLinks-conceptprogramma. Ten eerste een kopie van het artikel dat vandaag op www.joop.nl verscheen. Dit artikel bevat ook links naar wetenschappelijke informatie over klimaatverandering. Onder het artikel vind je nog wat andere FAQs/veelgestelde vragen.

**********************************************************************

De klimaatgokkers van het Binnenhof

Hebben politieke partijen de strijd tegen klimaatverandering opgegeven?

Nu ook het D66-verkiezingsprogramma bekend is wordt het politieke landschap van de komende jaren duidelijker. Op milieugebied staan er in de programma’s mooie plannen. Maar een ambitieuze klimaatdoelstelling ontbreekt, misschien uit angst voor economische schade. Terwijl een ferme aanpak van de klimaatcrisis niet alleen noodzakelijk, maar ook haalbaar en banenscheppend is.

De programma’s die de afgelopen weken bekend zijn geworden staan vol mooie groene voornemens. De ChristenUnie en D66 mikken op een ambitieuze 20% duurzame energie in 2020. Het CDA wil in 2016 een volle 85% van alle grondstoffen hergebruiken. En GroenLinks en de SP willen een belasting op vliegen. Al met al een veelbelovende inzet voor de formatie.

Maar de partijen geven niet thuis op het belangrijkste milieuprobleem van deze tijd: klimaatverandering. Om grote problemen te voorkomen moet de uitstoot van CO2 door fabrieken, auto’s en huizen snel worden teruggebracht. De VN-commissie van klimaatwetenschappers zegt dat in rijke landen een CO2-reductie van 25-40% in 2020 nodig is. Alleen dan is er een kans van minder dan 50% op een temperatuurstijging van 2°C of meer. En alleen dat voorkomt waarschijnlijk gevaarlijke klimaatverandering.

In Europa wordt nu onderhandeld over een aanscherping van de CO2-doelstelling van de huidige -20% naar -30% (ten opzichte van 1990; we zitten nu op ongeveer -10%). Maar CDA, D66 en de SP hebben niet eens een doelstelling voor CO2-reductie in 2020, en VVD en de PVV zullen dit ook niet doen als hun programma uitkomt. ChristenUnie en GroenLinks hebben een doelstelling van -30%, en alleen de Partij voor de Dieren wil -40%.

Deze partijen vinden dat 20 of 30% minder CO2 in 8 jaar een hele uitdaging is die het klimaatprobleem serieus aanpakt. Maar om dat te kunnen geloven is een stapel zelfbedrog nodig. De eerste stap daarin is het geloof dat een temperatuurstijging onder de 2°C niet gevaarlijk is, terwijl er dan toch een kans is op grote problemen. Ten tweede is men de 25% gaan geloven en de 40% vergeten, waardoor het risico op grote problemen boven de 50% komt. Ten derde hoopt iedereen dat we teveel CO2-uitstoot wel weer kunnen inhalen na 2020. Maar de VN en milieuorganisaties laten zien dat nu te weinig doen later onmogelijk veel geld gaat kosten.

Tegelijkertijd wil niemand zien dat zelfs een reductie van 25-40% een risico oplevert van 50% op grote problemen. En dan hebben we het niet alleen over een paar onder water gelopen steden of wilder weer, maar bijvoorbeeld over instortende landbouwproductie in de warme landen. Vergeet ook niet dat de IPCC werkt met consensus, en dus de meest enge scenario’s niet mee durft te nemen in haar rapporten. De Club van Rome waarschuwt ook dat beperkte veranderingen in de economische en ecologische balans samen tot een instorting van het bevolkingsaantal kunnen leiden. Binnen 20 jaar.

Het is best mogelijk dat de aarde ingebouwde dempingsmechanismen heeft die ons hachje ook bij slappe CO2-reducties zullen redden. Maar welk risico accepteren we dat het misgaat? Stuurt u uw kind de deur uit als er 50% kans is op een ongeluk? 10%? 1%? Risico’s nemen we iedere dag, maar verstandige mensen hanteren het voorzorgsprincipe: een kans op heel vervelende gevolgen neem je pas als je weet dat die kans klein is, of als je de gevolgen kunt dragen.

De opstelling van Nederlandse politieke partijen wordt nog gekker als we kijken naar wat het zou kosten om een serieuze klimaataanpak te hebben. De Europese Commissie en andere onderzoekers hebben uitgerekend dat een CO2-reductie van 30% een klein tientje per persoon per jaar kost, en -40% zal enkele honderden euro’s per jaar kosten. En veel banen opleveren. Dat is een verzekeringspolis met voorwaarden waar geen verstandig mens nee tegen zegt. Maar zijn die verstandige mensen ook lid van de partijen die hun programma nog kunnen veranderen?

***************************************************************

Kijk ook naar artikel van vrijdag 29 juni in de Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2816/Klimaatverandering/article/detail/3279176/2012/06/29/Rol-van-methaan-bij-opwarming-aarde-onderschat.dhtml

FAQs

Wat betekent -40% in 2020 voor mij?

Niet zo veel. Min 10% is al gerealiseerd. Min 20% halen we makkelijk in Europa, onder meer door CO2-reductieprojecten in arme landen te ‘kopen’. Min 30% zou enige inspanning van de industrie vragen en meer duurzame energie. Om min 40% te halen zal er ook versneld moeten worden geïnvesteerd in de isolatie van huizen, en ook vliegen en autorijden blijven niet buiten schot. Om de voorzichtige -50% te halen zal ons leven wel deels moeten veranderen; daarom wordt dit niet als realistisch beschouwd. Een keuze met risico’s. 

Vertel meer over de wetenschap van klimaatverandering

De mensheid veroorzaakt door de verwarming en koeling van huizen, transport en industrie uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zoals methaan (CH4). CO2 houdt de aarde warm, maar als de CO2-concentratie stijgt gaat het klimaat veranderen. Voor de industriële revolutie was de concentratie CO2 in de lucht ongeveer 0,028% (280ppm). Wetenschappers zeggen dat concentraties boven de 350ppm gevaarlijk zijn. ‘Gevaarlijk’ betekent een serieuze kans klimaatverandering die zichzelf versterkt door een vicieuze cirkel. Dan lopen we kans op niet alleen onder water gelopen steden of meer stormen, maar ook bijvoorbeeld instorting van de landbouwproductie in warme landen (waar bijna iedereen woont) of een zeespiegelstijging van 8 meter of meer. Boven de 450ppm zal de temperatuur vrijwel zeker meer dan 2C stijgen en is de kans op ontwrichtende klimaatverandering groter dan 50%. Dit jaar doorbreken we al de 400ppm, en als we ongecontroleerd doorgaan stomen we door naar 600ppm of meer. De VN heeft in een rapport uitgerekend dat (als de VS ook meedoet) Europa nog minstens 1 miljard ton CO2 moet besparen tussen nu en 2020 om niet boven de 450ppm te komen. Dat zou -45% betekenen. Over de limiet van 350ppm heeft niemand het meer, ondanks dat het voorzorgsprincipe eist dat we de kans op grote ontwrichting heel klein moeten proberen te houden. Ook als dat geld kost, al is het maar omdat het meer geld kost als we niets doen.

Waarover gaat de amendement-discussie?

De VN, milieuorganisaties en (Groenlinks in 2010) vinden dat Europa in 2020 minstens 40% minder CO2 moet uitstoten dan in 1990. We hebben -10% al bereikt, in Europa is lang geleden -20% afgesproken, maar wordt onderhandeld over -30%. Dat laatste getal staat ook in het concept-programma 2012 van GroenLinks. En dat is echt te weinig.

Is -40% noodzakelijk?

Ja. Alle landen willen de temperatuurstijging onder de 2°C houden om gevaarlijke klimaatverandering tegen te houden. De VN heeft uitgerekend rijke landen 25-40% reductie moeten halen om de kans op meer dan die +2°C onder de 50% te houden. Een daling van maar -30% levert dus een kans op van misschien wel 50% op een enge toekomst.

Hoe ziet zo’n hete toekomst er uit?

Nu al zien we extremer weer en een hogere zeespiegel. Mogelijke gevolgen van klimaatverandering zijn ook massale uitsterving van plant- en diersoorten en sterk dalende voedselproductie, die zelfs onze beschaving op het spel zou kunnen zetten. Deze effecten zijn mogelijk vanaf +1°C, maar vanaf +2°C al snel waarschijnlijk.

OK, het is noodzakelijk, maar natuurlijk veel te duur…

Zeker niet. De EU berekent dat -30% ipv -20% per burger ongeveer 7-9 euro per jaar kost. Min 40% zal enkele honderden euro’s per burger per jaar kosten (zo’n 6 maanden economische groei), levert eerder meer banen op dan minder, en is goedkoper dan te weinig doen. Want klimaatverandering is duur.

Als het partijbestuur -30% wil, denken ze daar dus anders over!

Integendeel. De noodzaak en de haalbaarheid van -40% in 2020 staan niet ter discussie, zo bevestigde de discussie met de programmacommissie en het partijbestuur op de amendementendag.

Waarom staat het nu dan toch in het concept-programma?

Uit de toelichting blijkt dat -40% de onderhandelingen in Europa richting -30% zou bemoeilijken. Maar er staat al jaren -40% in ons programma, zonder dat de onderhandelingen daar last van hebben. Onderhandelen doe je vanuit je eigen mening, niet vanuit wat je denkt te kunnen bereiken. Ook zet -30% te weinig druk op de kabine tsformatie in Nederland.

Plaatsen we ons buiten de zijlijn met -40%?

In ons programma uit 2010 staat -40% als ambitie, en het is ook de doelstelling van de rechtse regering in Duitsland. Sindsdien stapelt het slechte milieunieuws zich op, vooral over de Groenlandse ijskap en dalende landbouwproductie in warme landen. De -40% is veel makkelijker geworden om te bereiken door de lage groei van de afgelopen jaren en door Chinese massaproductie van zonnecellen (50% goedkoper sinds 2009). Met -30% plaatsen we ons dus misschien niet buiten de zijlijn, maar wel buiten het groene speelveld.

Dus wat is nou beter voor de partij?

Als we invloed willen hebben en onze kiezers willen aanspreken moeten we geloofwaardig, consistent en groen zijn. Geloofwaardig ben je niet als je in 2012 iets anders wil dan in 2010. Consistent ben je niet als je programma vol ingrijpende en dure klimaatmaatregelen staat, maar je een zwakke algemene klimaatdoelstelling hebt. En groen ben je niet als je op het milieuvraagstuk van deze eeuw een positie inneemt die tegen het voorzorgsprincipe ingaat.

 


Koop homeopathie, krijg kruidengeneeskunde

[Brief gestuurd aan Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er zou onderzoek volgen, maar 2 jaar later is er nog niets veranderd]

Geachte Rijksoverheid,

Al vele jaren verrast het mij dat kruidengeneeskundige middelen door producenten zoals VSM worden verkocht als ‘homeopathisch’. Gisteren zag ik bij mijn drogist zelfs een compleet boekje van een andere producent,dat op de voorpagina aankondigt homeopathische middelen te beschrijven, maar die tot op de laatste kruidengeneeskunde betreffen. Ik denk dat de overheid het volk een grote dienst kan bewijzen door dit te verbieden.

Allereerst is het misschien nuttig vast te stellen dat homeopathie en kruidengeneeskunde/ fytotherapie elkaars tegengestelde zijn. Homeopathie betreft

1. Het vinden van de stof waar je ziek van wordt

2. Deze in water oplossen en dan enorm verdunnen (dan houd je dus gewoon water over, maar homeopathen denken dat er een ‘herinnering’ in zit)

Kruidengeneeskunde betreft

1. Het vinden van stoffen waar je beter van wordt

2. Deze concentreren.

Toen ik VSM belde waarom ze zulke rare claims maken, was het antwoord dat hun kruidengeneeskundige middelen ‘op homeopathische wijze bereid worden’ en dat de labelling correct is. Maar dat is dus juist niet zo.

Mijn motivatie om hiertegen in actie te komen is in de eerste plaats dat ik vind dat woorden waarde hebben. Als recht krom is, en wit zwart, is zorgvuldig nadenken, goede keuzes maken en een goede burger zijn onmogelijk. Ook ben ik niet gediend van misleidende bedrijven in de Nederlandse economie. Maar vooral schaadt dit de gezondheid van de bevolking vrijwel zeker. Voorbeelden:

1. Mensen die niet gediend zijn van homeopathie zullen de wel degelijk bestaande gezondheidsvoordelen van kruidengeneeskunde mislopen.

2. Mensen die dol zijn op homeopathie krijgen vaak het tegenovergestelde binnen. We willen ook niet dat joden stiekem niet-kosher vlees verkocht wordt.

3. De onzinproducten van homeopathie zullen zo vaker gebruikt worden, omdat goede reputatie en ervaringen met producten als Calendula of Arnica geloofwaardigheid geven aan water. Zo krijgt homeopathie ook in het algemeen meer (onverdiende) geloofwaardigheid.

4. Echte geneesmiddelen worden dan dus ook minder gebruikt. Als voorbeeld: ik dacht als student dat homeopathie kruidengeneeskunde was, omdat veel kruidengeneeskundige middelen homeopathisch heten. Ik heb dus jarenlang bij katers en verkoudheid Nisyleen ingenomen. Maar dat blijkt water te zijn geweest. Zo heb ik dus verzuimd echte geneesmiddelen tot mij te nemen.

Voorzover u zich afvraagt of de term homeopathie al niet deels is ingeburgerd als een verzamelnaam voor alle alternatieve producten, verwijs ik u graag naar EU-regels, het woordenboek en de encyclopedie (via Google zit u zo op het Wikipedia-artikel over homeopathie). En zelfs als een deel van de bevolking geen scherpe lijn trekt, toont dit alleen maar aan hoe schadelijk het is dat tegenovergestelde behandelingen dezelfde naam krijgen.

Misschien is er ook een Europese markt-invalshoek: in andere landen waar ik regelmatig kom (D, F, GB, B, I, E, PL) is homeopathie ook echt alleen homeopathie. Voorzover Europese regels het verbieden om niet-Nederlandse consumenten op te lichten, juich ik dat toe.

Met vriendelijke groet,

Michael Blok.

 

 



De Potwin-boemerang

Dit artikel verscheen op 2 december 2011 op joop.nl.

Als je er goed over nadenkt is er niets op tegen om politici met Pol Pot te vergelijken 

Gisteren beschuldigde het PVV-kamerlid Harm Beertema zijn GroenLinks-collega Jesse Klaver ervan een “aanhanger van Pol Pot” te zijn. Het is opzienbarend dat een jonge democratische politicus ervan wordt beschuldigd een fan te zijn van een van de grootste misdadigers aller tijden. Maar er zit ook een positieve kant aan de opmerking van Beertema. Het taboe op het vergelijken van Nederlandse politici met massamoordenaars uit het verleden is nu klaarblijkelijk van tafel. En dat biedt kansen voor vernieuwende politieke analyse en een meer open debat.

Om even het geheugen op te frissen: Pol Pot was de leider van de Cambodjaanse Rode Khmer. Hij geloofde dat de ideale maatschappij voortkwam uit het agrarische platteland. Nadat hij de macht in 1975 overnam begon hij een stelselmatige moordcampagne op stedelingen (inclusief intellectuelen), etnische minderheden en gehandicapten. Toen hij een paar jaar later door een Vietnamese invasie was afgezet, waren naar schatting tussen de 2 en 5 miljoen mensen gestorven, ongeveer een kwart van de bevolking.

Met het aantal doden op zijn geweten, maar ook door de allesomvattende waanzin en vernietigingsdrang van zijn regime, staat Pol Pot hoog in de ranglijst van grootste politieke misdadigers aller tijden. Hij behoort zeker tot de “Hors Categorie” van mensen die universele haat verdienen, ver boven “amateurs” als Saddam Hussein of Koning Leopold van België.

Iemand moreel gelijkstellen met Pol Pot (een “potwin”?) is daarom een zwaar politiek wapen. Maar als PVV-leider Wilders ook maar een beetje met grote misdadigers uit het verleden in verband wordt gebracht, regeert hij als door een wesp gestoken. Zelfs nieuwsgierige onderzoeken naar de vraag of Wilders misschien een beetje overlap heeft met politieke extremisten uit het verleden kunnen op een zware reactie rekenen. En dat terwijl vergelijken (zoeken naar verschillen en overeenkomsten) iets heel anders is dan het veel zwaardere wapen van gelijkstellen (zeggen dat iemand op dezelfde morele categorie behoort). Als Wilders zelf zegt dat hij helemaal niet op Mussert lijkt, vergelijkt hij zichzelf ook met de leider van de NSB. Wilders komt dan tot de conclusie dat er weinig overlap is.

Als de we de PVV serieus willen nemen, ligt de vraag nu voor ons of GroenLinks overlap heeft met de Rode Khmer in daad of denken. In de onderstaande tabel wordt een beproefde methode gebruikt om dit te analyseren: bij de meest opvallende eigenschappen van Pol Pot wordt gekeken of andere politici die eigenschap delen. De aanleiding van de opmerking van Beertema lijkt te zijn dat voormalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller in de jaren ’70 ooit bewondering uitte voor de Rode Khmer. Daarom maken we de vergelijking op persoonlijk niveau. Pol Pot wordt vergeleken met Rosenmöller en de latere GroenLinks-leiders Femke Halsema en Jolande Sap. En om te bevestigen dat de PVV geen overlap heeft met de Rode Khmer, krijgt ook Geert Wilders een kolom in de tabel.

Politicus Pol Pot Paul Rosenmöller Femke Halsema Jolande Sap Geert Wilders
Partij Rode Khmer GroenLinks GroenLinks GroenLinks Geen






Hoofddoelwit van politiek activisme (‘X’) Stedelingen/minderheden Grootkapitaal Mannen Onbekend Moslims/ minderheden






Politieke ideologie




Ziet X als fysiek gevaarlijk

Ziet X als cultureel inferieur


Ziet X als wereldwijd complot

Beledigende bewoordingen over X
Haat van technologie









Politieke wensen




Controle op rechterlijke macht


Vermindering aantal X in land


Beperking mensenrechten X


Nationale eenheid


Beperking rechten gehandicapten








Politieke presentatie




Beschermer land tegen vreemde invloeden


Kritiek op intellectuelen


Combinatie sociaal beleid en nationalisme


Paranoïde over tegenstanders








Politieke daden




Kritiek op rechterlijke uitspraken

Gebruik macht om monddood te maken


Alle macht binnen beweging bij leider








Politiek geweld




Oproep geweld tegen burgers


Gebruik geweld tegen burgers



Ideologiegenoten gebruiken grof geweld


Aantal doden op geweten 3-5mln 0 0 0 0

De analyse levert twee opzienbarende conclusies op. In de eerste plaats is er nauwelijks of geen overlap tussen de politici van GroenLinks en Pol Pot, en dus is morele gelijkstelling van beide onterecht. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk, want GroenLinks is een van de meest keurige en vredelievende politieke bewegingen in de westerse wereld.

Maar bijzonder genoeg is er wel degelijk een belangrijk aantal eigenschappen van Pol Pot die gedeeld worden door Geert Wilders. Een zo belangrijk aantal, dat gerust van een grote overlap kan worden gesproken. De tabel toont ook belangrijke verschillen tussen Pot en Wilders, waarbij natuurlijk het feit dat Wilders niet verantwoordelijk is voor miljoenen doden in het oog springt.

Wilders kan dan ook niet in redelijkheid moreel gelijk worden gesteld aan Pol Pot, en uitspraken als “Wilders is de nieuwe Pol Pot” zouden veel te ver gaan. Maar het groot aantal punten van overlap is wel een interessante input in de meningsvorming over het mogelijke gevaar dat Wilders vormt voor onze democratische maatschappij. En natuurlijk maakt deze overlap, in combinatie met de opmerking van Beertema, het ook moeilijk voor Wilders en zijn volgelingen om in de toekomst te klagen over opmerkingen die hem in verband brengen met grote misdadigers uit het verleden, zeker als dat onderdeel is van een politieke analyse. En zo heeft de PVV weer eens een dienst bewezen aan de vrijheid van meningsuiting en dus ook de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek.


Sollicitatie Raad van State

De Minister van Veiligheid en Justitie
Dhr. mr I.W. Opstelten
Postbus 20301
2500 EH ‘s-Gravenhage
Kenmerk: 2011.15 bs

Bijgevoegd: curriculum vitae
Amsterdam, 8 november 2011

Excellentie, geachte heer Opstelten,

Met deze brief stel ik mij kandidaat voor de functie van vice-voorzitter van de Raad van State. Deze functie zou voor een prachtige volgende stap in mijn carrière vormen. Ik zou het een geweldige eer vinden om een leidende rol te spelen in een orgaan dat in het hart van ons democratische staatsbestel staat.

Ik voldoe naar mijn overtuiging ruimschoots aan de vereisten voor dit ambt… [tekst weggelaten in verband met privacy] … liefde voor ons grondwettelijk bestel die mij politiek actief heeft gemaakt is in mijn beleving de belangrijkste vereiste voor deze functie.

Omdat ik geen vooraanstaande jurist ben, noch openbaar bestuurder, is er een kans dat u deze sollicitatie niet helemaal serieus neemt. Ik geloof oprecht dat ik deze functie uitstekend kan vervullen. Dat betekent niet dat ik er van overtuigd ben dat ik de ideale kandidaat ben. Maar het is mij onbekend of kandidaten die op papier waarschijnlijk beter voldoen aan de vereisten (ik denk dan aan Alexander Rinnooy Kan of Britta Böhler, die ook nog eens vrouw en allochtoon is) zullen solliciteren.

Er is een persoon waarvan ik vrijwel zeker weet dat hij zal solliciteren, uw collega Piet Hein Donner. Het is ongebruikelijk om in sollicitatiebrieven commentaar te leveren op de concurrerende kandidaten, maar in dit geval heb ik geen keuze. Dit omdat de heer Donner de gedoodverfde kandidaat is, maar ook omdat hij in mijn ogen ongewoon ongeschikt is voor deze functie.

Vandaar ook mijn sollicitatie: als mijn tegenkandidaten van het niveau van de heer Donner zijn, dan maak ik hopelijk een goede kans. Als zij van een hoger niveau zijn, dan maak ik een slechte kans, maar dan hoef ik me ook geen zorgen te maken.

Het is u al bekend dat de parlementaire oppositie de kandidatuur van de heer Donner niet steunt, omdat zij van mening is dat de heer Donner “zijn eigen vlees zou mogen keuren”. Dat zou het vertrouwen in de Raad van State kunnen beschadigen. Ook speelt daarbij de verwevenheid een rol van de heer Donner met het vaak constitutioneel controversiële kabinetsbeleid, waarin dhr. Donner vaak een voortrekkersrol heeft. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de recente spoedwet over de kosten van ID-kaarten, die een constitutioneel kanon afvuurde op een financiële mug en de logica van de uitspraak van de Hoge Raad negeerde. De heer Donner staat ook op zijn zachtst gezegd niet bekend als een vooraanstaand intellectueel.

Om dezelfde redenen lijken de meeste leden van de Raad van State zijn kandidatuur ook niet te verwelkomen. Toch zult u in de verleiding staan om de heer Donner voor te dragen aan de ministerraad. U hebt met hem een goede persoonlijke relatie. Het kan voor de efficiency van het overheidsbeleid geen kwaad als de minister van Binnenlandse Zaken de Raad van State gaat leiden. En de gang van zaken tot nu toe zou betekenen dat de regering gezichtsverlies zou lijden als de heer Donner niet voorgedragen wordt. Maar ik ken u als iemand waar onder het soms autoritaire uiterlijk een liberaal hart klopt, en ik weet dat de kwaliteit van onze democratie voor u zeer belangrijk is. U bent ook iemand die regelmatig voor onverwachte maar logische oplossingen kiest. Dit lijkt mij bij uitstek zo’n moment.

Ik vertrouw erop dat u mijn kandidatuur de aandacht zult geven die hij verdient, en dat u mij spoedig zult berichten of er vervolgstappen zullen komen. Ik dank u voor uw tijd en aandacht.

Met de volste hoogachting,

Michael Blok.


Minister-President

 

Melodie van Boudewijn de Groot, 'Mijnheer de president'.
Minister-president, welterusten.
Slaap maar lekker in je mooie Haagse flat
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
Daarheen worden vliegtuigen vol gezinnen uitgezet

Denk vooral niet aan die vierentachtig doden,
De laatste was die zelfverbrande gekke vent
En vergeet het vierde van die tien geboden
die u als goed christen zeker kent.

Denk maar niet aan al die jonge asielgezinnen
Zonder huis of eten in de koude winternacht.
Laat die weke linkse hobbykliek niet winnen,
Minister-president, slaap zacht.

Droom maar van een stop op zwarte immigratie
Laat ze daar verrekken zonder ontwikkelingshulp
Droom maar van een glad verlopen deportatie
Trek uw land terug in de Fort-Europa schulp

Denk maar niet aan al die schrijnende gevallen
Hoeveel waanzin, hoeveel zelfmoord we nu zien
Opgroeien zonder je ouders is verboden en van de malle
Net als kinderen uitzetten na een jaar of tien.

Grenssoldaten met geweren en snelle boten
houden ver van hier op uw verzoek de wacht
Stuur ze terug behalve christenen of poten
Minister-president, slaap zacht.

 

 


Leers schept een vals beeld

Dit artikel verscheen op 22 october 2011 in Trouw en op joop.nl.

Begin deze week meldde minister Leers van immigratie en asiel met trots aan de Tweede Kamer dat in het afgelopen jaar het aantal asielzoekers dat binnen acht dagen uitsluitsel krijgt, is gestegen van 29 procent naar 54 procent. Het lijkt erop dat de nieuwe asielprocedure, ingesteld door PvdA-staatssecretaris Nebahat Albayrak, een succes is. Maar schijn bedriegt.

De minister heeft gelijk als hij zegt dat het goed is als asielzoekers snel te horen krijgen of ze mogen blijven of moeten vertrekken. Dat bespaart niet alleen kosten, maar ook veel menselijk leed. Maar even belangrijk is dat de beslissing zorgvuldig wordt genomen. Want een ‘echte’ vluchteling die ten onrechte wordt teruggestuurd, staat in zijn thuisland marteling, ernstige mishandeling of zelfs de dood te wachten.

Albayrak besloot in 2010 dat de korte asielprocedure van vijf werkdagen omwille van verbetering van de kwaliteit moest worden verlengd tot acht werkdagen. Zij gaf in de Tweede Kamer aan dat de verlenging van de beslistermijn niet bedoeld was om het percentage snelle beslissingen toe te laten nemen. Maar onder leiding van haar opvolger, minister Leers, lijkt dit wel het resultaat van deze wet te worden.

Vooral vluchtelingen die tot de meest kwetsbare categorieën behoren, worden hiervan de dupe. Het is voor minderjarigen, mensen afkomstig uit oorlogsgebieden en mensen met psychische problemen als gevolg van verkrachting, geweld of marteling, moeilijk om in zo korte tijd hun verhaal goed naar voren te brengen. Een vluchteling heeft tijd nodig om een vertrouwensband op te bouwen met zijn advocaat, zijn vluchtverhaal uit te leggen en bewijsdocumenten te verzamelen.

De achtdaagse procedure is hiervoor meestal te kort, en daarmee neemt het risico op onterechte afwijzing toe. Asielzoekers reageren hierop met procederen of een weigering mee te werken aan hun uitzetting. Dit heeft veel kostbare procedures en menselijk leed tot gevolg.

Daarbij komt dat de 46 procent van de asielaanvragen waarop momenteel niet wordt beslist in acht dagen, terechtkomt in een lange procedure van zes maanden. In de praktijk duurt deze procedure soms jaren. Al die tijd kunnen de mensen geen productief leven leiden, en als ze aan het eind van de procedure toch moeten worden uitgezet, zijn ze meestal geworteld in de Nederlandse samenleving.

Er bestaat voor het systeem van de (te) korte procedure van acht dagen en de verlengde procedure van maanden tot jaren een beter alternatief. De huidige procedures zouden kunnen worden samengevoegd tot één asielprocedure. Om zowel snelle duidelijkheid als kwaliteit te garanderen zou een beslistermijn van acht weken voor alle asielaanvragen redelijk zijn. De beslistermijn kan worden bevroren als meer feitenonderzoek noodzakelijk is.

De mensen die daarna moeten vertrekken, hebben snel duidelijkheid gehad, terwijl toch een zorgvuldige procedure is doorlopen. De bereidheid van de asielzoeker tot terugkeer zal hierdoor toenemen en de noodzaak tot (en het nut van) het indienen van een herhaalde asielaanvraag zal afnemen. Door de gemiddeld snellere doorlooptijd worden veel  kosten bespaard.

Totdat de minister bereid is de asielprocedure op deze wijze aan te passen, kan hij de zorgvuldigheid van de beslissingen alleen waarborgen door niet meer aan te sturen op afdoening van zo veel mogelijk asielaanvragen in acht dagen.

Michael Blok en Maartje Terpstra, asielrechtadvocate in Amsterdam.


Boerkaban en beeldbellen

Dit artikel verscheen ook op joop.nl.

Er is maar één ding erger dan een boerka, en dat is hem verbieden.

Iedereen haat boerka’s. Als je een vrouw op straat tegenkomt die helemaal bedekt is schrik je iedere keer, en het lijkt een manier om vrouwen te onderdrukken. Het deze week door minister Donner voorgestelde boerkaverbod kan dan ook op steun van 85% van de Nederlanders rekenen. Het is overduidelijk dat een dergelijke maatregel onuitvoerbaar is. Maar er is ook geen goede politieke reden voor een verbod, en het tast onze rechtsstaat aan. Het is daarom te hopen dat de oppositie, tegen de publieke opinie in, de rug recht houdt.

In Nederland kom je eigenlijk nooit een vrouw tegen die een boerka (eigenlijk niqaab) draagt. Maar bijvoorbeeld in het Oostenrijkse Zell am See is in de afgelopen 10 jaar een zomerkolonie ontstaan voor Arabieren. Hun komst heeft de stad bepaald geen kwaad gedaan, maar je ziet er regelmatig gesluierde vrouwen lopen. Het went nooit. Je kunt geen enkel contact hebben met die vrouw, het ziet er eigenlijk ook niet eens uit als een mens, en het lijkt op een vrouwonvriendelijke gevangenis. Het is ook een heel duidelijk symbool van afstand tot de lokale Europese cultuur. De basisemotie is dan al gauw: weg met die sluier! Kom maar met dat verbod.

Maar irritatie is niet voldoende voor wetgeving, want anders zouden piercings of interraciaal kussen ook verboden worden. Als de overheid de vrijheid van haar burgers om zich te kleden zoals ze willen wil beperken, ligt de lat heel hoog. Helaas komen de argumenten voor dit verbod niet eens van de grond.

In België en Frankrijk (waar al een boerkaverbod geldt) was vrouwenemancipatie de basisgedachte. Maar uit alles blijkt dat een niqaab meestal een bewuste keuze is van de vrouw. Vaak gaat het om bekeerde inheemse moslims die doorslaan in hun enthousiasme voor de nieuwe overtuiging. Het gevolg van een verbod zal dan ook zijn dat de vrouw zich terugtrekt uit het openbare leven, wat natuurlijk heel slecht is voor haar emancipatie. De eerste berichten uit België en Frankrijk tonen al een droevig beeld. Mannen worden trouwens ook geen ideale echtgenoot door een boerkaverbod. En een verbod zal ouderwetse moslims eerder verharden in hun gedrag en identiteit dan omgekeerd.

In de afgelopen maanden leek het erop dat de regering de boerka zou willen verbieden met verwijzing naar de risico’s voor de openbare veiligheid. Een boerka kan in theorie gebruikt worden door kinderlokkers of terroristen. Gelukkig geeft Donner dit argument nu weinig aandacht meer, want het is uit de lucht gegrepen. Als een crimineel zich wil vermommen, dan zijn er honderden opties die handiger zijn en minder aandacht trekken dan een boerka. Het komt in Europa dus ook niet voor. En als we alle onschuldige voorwerpen gaan verbieden die een theoretisch veiligheidsrisico hebben, dan houden we een lege openbare ruimte over, vol met naakte mensen.

De regering heeft er uiteindelijk voor gekozen om het boerkaverbod te legitimeren met verwijzing naar het recht van mensen om elkaarsgezicht te zien. Maar dat is een zwakke en juridisch onhoudbare grondslag voor de wet. Mensen hebben juist het basisrecht (privacy) om zich af te schermen van andere mensen, en je eigen lichaam (met kleding daaromheen) is heilig privéterrein. Als de regering echt vindt dat er een nieuw basisrecht moet komen (op gezichten zien?) zal dat recht eerst in mensenrechtenverdragen en/of de Grondwet moeten worden vastgelegd, niet in een miniwetje over kleding. En zelfs nadat zo’n recht bestaat, kan het niet opwegen tegen de rechten op privacy, vrije meningsuiting en vrije godsdienstbelijding. Wordt beeldbellen dan trouwens ook verplicht?

Minister Verdonk wilde vijf jaar geleden graag een verbod, maar stuitte op allerlei praktische en juridische bezwaren. Je kunt niet alleen de boerka verbieden, want die is moeilijk te definiëren en een zo geformuleerde wet is openlijk discriminerend en dus verboden. Net als in België of Frankrijk wordt het dan een verbod op “gezichtsbedekkende kleding”.

Maar dat maakt tientallen andere goede redenen om je gezicht te bedekken strafbaar. Een sjaal over je gezicht in de winterkou, een masker tegen SARS of luchtvervuiling, een lapje voor je neus na een operatie, de gezichtsbeschermer tijdens het grasmaaien of met de motorhelm op naar huis lopen: allemaal €380 boete.

In de praktijk zullen die mensen geen boete krijgen. Maar dat wijst op het ernstigste probleem van een boerkaverbod: het is discriminerend. Het treft immers een specifieke bevolkingsgroep zwaarder dan andere. Maar deze discriminerende maatregel zal ook discriminerend worden toegepast, want iedereen met blauwe ogen kan zonder zorgen zijn gezicht bedekken om wat voor reden dan ook. Dat is dubbele discriminatie, en dat is nog erger.

Discriminatie blijft dan ook over als de enige logische motivatie voor een boerkaverbod. Logisch, omdat het zeker zal helpen om moslims te intimideren, marginaliseren en/of ze te overtuigen Nederland te verlaten. Logisch, omdat de regering steunt op een beweging die wil laten zien aan de achterban dat ze de moslims “aanpakken”. Logisch, maar moreel verwerpelijk natuurlijk. En onderdeel van regeringsbeleid dat expliciet migranten en moslims in het vizier heeft, en om die reden bereid is om mensenrechten zoals gelijkheid voor de wet en het recht op asiel verregaand aan te tasten. Het is te hopen dat de oppositie de democratische rug recht houdt, en bereid is een boerkaverbod te benoemen voor wat het is: niet alleen maar nutteloos of symbolisch, maar discriminerend en onwettig.